ECLI:NL:HR:2005:AR7349

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/047HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • H.A.M. Aaftink
  • P.C. Kop
  • J.C. van Oven
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen afwijzing vordering tegen FortisBank

Eisers hebben FortisBank gedagvaard en vorderden betaling van een bedrag van ƒ 304.033,93 vermeerderd met rente. De rechtbank wees de vordering bij vonnis van 15 december 2000 af. Eisers stelden hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat na bewijslevering en enquête het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Eisers gingen vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het oordeel van de lagere rechterlijke instanties in stand dat de vordering van eisers tegen FortisBank niet toewijsbaar was.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en de kosten worden aan hen opgelegd.

Uitspraak

18 februari 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/047HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats], Portugal,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
FORTISBANK (NEDERLAND) N.V., voorheen Lentjes & Drossaert N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 25 oktober 1999 (de rechtsvoorgangster van) verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Bank te veroordelen om aan hen te betalen een bedrag van ƒ 304.033,93, te vermeerderen met de rente van 6% per jaar op basis van samengestelde interest over een bedrag van ƒ 272.500,--, althans te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf oktober 1998 tot aan de dag der algehele voldoening.
De Bank heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 15 december 2000 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij tussenarrest van 4 juni 2002 heeft het hof [eiser] c.s. tot bewijslevering toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 23 december 2004 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in het middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 4.211,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, P.C. Kop, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 18 februari 2005.