ECLI:NL:HR:2005:AS4744
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens nalaten verzorging hulpeloze minderjarige tot wiens onderhoud verdachte verplicht was
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte is veroordeeld wegens medeplegen van het in hulpeloze toestand brengen en laten van een minderjarig kind, tot wiens onderhoud en verzorging hij verplicht was. Het hof oordeelde dat verdachte als verzorger van het kind moest worden aangemerkt, ook al had hij niet het gezag over het kind.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door verdachte aan te merken als degene die het kind verzorgt en opvoedt zonder gezag, en dat verdachte daardoor verplicht was tot onderhoud en verzorging op grond van art. 255 Sr Pro. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de strafmotivering onvoldoende is omdat het hof zwaar rekent aan de afwezigheid van verdachte bij de zitting zonder vast te stellen waarom hij afwezig was.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van de straf. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad bevestigt daarmee de bewezenverklaring en de kwalificatie van het feit als medeplegen van het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen van een minderjarige tot wiens verzorging verdachte verplicht was.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor het in hulpeloze toestand brengen van het kind en vernietigt het arrest alleen voor de strafoplegging wegens onvoldoende motivering.