ECLI:NL:PHR:2005:AS4744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens mishandeling en nalaten verzorging van twee minderjarige kinderen
De zaak betreft de mishandeling en nalatigheid in de verzorging van twee minderjarige kinderen door verdachte, die samen met de moeder van de kinderen verantwoordelijk was voor hun onderhoud en verzorging. Gedurende de periode van juni 1999 tot maart 2001 heeft verdachte meerdere malen opzettelijk lichamelijk letsel toegebracht aan de kinderen, waaronder botbreuken en blauwe plekken, en hen onvoldoende verzorging en medische hulp onthouden.
De rechtbank en het hof oordeelden dat verdachte, hoewel niet de juridische vader van het eerste kind, als verzorger en opvoeder in de zin van het Burgerlijk Wetboek verplicht was tot onderhoud en verzorging. De bewezenverklaring omvatte mishandeling, het benadelen van de gezondheid en het in een hulpeloze toestand brengen van de kinderen, wat leidde tot de veroordeling op grond van artikel 255 Sr Pro.
Verdachte was niet aanwezig bij de zitting in hoger beroep, hetgeen het hof zwaar aanrekende als een gebrek aan verantwoordelijkheid. De strafmotivering hield rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder eerdere geweldsdelicten. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens mishandeling en nalaten verzorging van twee minderjarige kinderen.