ECLI:NL:HR:2005:AS5956

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/064HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging onderhoudsverplichting na scheiding met terugwerkende kracht

De zaak betreft een verzoek van de man om zijn onderhoudsverplichting jegens de vrouw met terugwerkende kracht te beëindigen of op nihil te stellen vanaf 27 september 1999. De rechtbank Arnhem wees dit verzoek deels toe door de onderhoudsverplichting definitief te beëindigen per 1 januari 2001. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat de ingangsdatum vervroegde naar 1 maart 2000 en het overige verzoek afwees.

De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking, maar de man verscheen niet in cassatie en diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat er geen aanleiding was tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen en de beschikking van het hof bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de onderhoudsverplichting per 1 maart 2000.

Uitspraak

13 mei 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/064HR
RM/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.K. Oostlander-Vos,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 20 december 2002 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en primair verzocht zijn onderhoudsverplichting jegens verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - met ingang van 27 september 1999 te beëindigen en subsidiair voormelde bijdrage met ingang van 27 september 1999 op nihil te stellen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 21 juli 2003 de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw definitief beëindigd met ingang van 1 januari 2001 en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De vrouw heeft het hof verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en, voor zover in cassatie van belang, alsnog te beslissen dat het verzoek van de man dient te worden afgewezen. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 17 februari 2004 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd, voor zover het de ingangsdatum van de beëindiging van de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende, de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw definitief beëindigd met ingang van 1 maart 2000. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 13 mei 2005.