ECLI:NL:HR:2005:AS6860
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart OvJ niet-ontvankelijk in uitleveringsverzoek wegens onvindbaarheid opgeëiste persoon
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten van Amerika gericht op een persoon geboren in Egypte, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest waarin de Rechtbank Amsterdam werd vernietigd en de opgeëiste persoon werd opgeroepen om te verschijnen.
De opgeëiste persoon verscheen niet bij meerdere zittingen van de Hoge Raad, ondanks oproepen. Uit een politieonderzoek bleek dat de persoon vermoedelijk niet meer in Nederland verblijft en onvindbaar is. De Advocaat-Generaal en de raadsman van de opgeëiste persoon waren het eens dat de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Hoge Raad oordeelt dat onder deze omstandigheden het verzoek tot uitlevering niet kan worden onderzocht, omdat de persoon niet kan worden opgeroepen. Daarom wordt de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk wegens onvindbaarheid van de opgeëiste persoon.