ECLI:NL:PHR:2005:AU6362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart officier van justitie niet-ontvankelijk in uitleveringszaak wegens afwezigheid opgeëiste persoon in Nederland
In deze uitleveringszaak heeft de Rechtbank Maastricht de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Italië ontoelaatbaar verklaard omdat hij in België woont en niet in Nederland verblijft. De Officier van Justitie stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van de aanwezigheid van de opgeëiste persoon in Nederland betekent dat niet kan worden vastgesteld of het uitleveringsverzoek voor inwilliging vatbaar is.
De wetgeving en jurisprudentie vereisen dat de opgeëiste persoon zich in Nederland bevindt om uitlevering mogelijk te maken. De aanwezigheid is essentieel om identiteit vast te stellen en om het verweer van onschuld te kunnen voeren. De Hoge Raad benadrukte dat de uitleveringswet geen verstekprocedure kent en dat de aanwezigheid van de opgeëiste persoon of een gemachtigde raadsman noodzakelijk is voor een correcte procedure.
Omdat de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt en niet gedetineerd is, en de bewaring was geschorst onder voorwaarden, kan Nederland hem niet ter beschikking stellen aan de verzoekende staat. Daarom is de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek. De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis en verklaarde de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek wegens afwezigheid van de opgeëiste persoon in Nederland.