ECLI:NL:HR:2005:AT1759
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wegens onvoldoende motivering bij oplegging schadevergoedingsmaatregel bij betalingsregeling
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor verduistering en werd hem een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ter hoogte van ruim €75.000. Tijdens hoger beroep stelde verdachte dat er een betalingsregeling bestond waarbij hij maandelijks €500 betaalde aan de benadeelde partij. Het hof gaf geen gemotiveerde beslissing over dit verweer, terwijl het volgens art. 561 lid 4 Sv Pro vereist is dat het totale bedrag binnen twee jaar en drie maanden na het arrest voldaan moet zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het verweer omtrent de betalingsregeling niet in het midden had mogen laten, omdat de maatregel niet mag leiden tot het doorkruisen van een door de benadeelde partij goedgekeurde betalingsregeling. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de oplegging van de straf en de maatregel betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Daarnaast bevat het arrest een uitgebreide weergave van de processtukken, waaronder de financiële situatie van verdachte, de vorderingen van de benadeelde partij, en de overwegingen van de advocaat-generaal en raadsheren. De Hoge Raad bevestigde dat het hof de maatregel niet met redenen had omkleed en dat dit een voldoende grond voor vernietiging vormde.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de betalingsregeling en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.