ECLI:NL:HR:2005:AT2917
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest wegens ongeldige aanzegging en overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak werd de verdachte primair veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens poging tot verkrachting. De verdachte stelde beroep in cassatie in op 31 december 2001. Bij de betekening van de aanzegging in cassatie en in het arrest van de Enkelvoudige Kamer van de Hoge Raad van 4 mei 2004 werd ten onrechte aangenomen dat de verdachte geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland had. Deze aanzegging bleek niet rechtsgeldig te zijn verricht, waardoor de verdachte geen eerlijke behandeling van zijn zaak had ontvangen zoals vereist onder artikel 6, eerste lid, EVRM.
De Hoge Raad besloot daarom zijn eerdere uitspraak te herstellen en de verdachte alsnog ontvankelijk te verklaren in het cassatieberoep, aangezien de verdachte na een nieuwe aanzegging tijdig een middel van cassatie had ingediend. Vervolgens werd het middel dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden gegrond bevonden, wat aanleiding gaf tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze tot twaalf maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak op andere gronden.
Het arrest werd gewezen door de vice-president Bleichrodt als voorzitter en raadsheren Balkema, Van Dorst, De Savornin Lohman en De Hullu, waarbij laatstgenoemden het arrest niet ondertekenden.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twaalf maanden en het beroep in cassatie is voor het overige verworpen.