ECLI:NL:HR:2005:AT2971
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van vermoedelijk vervalst reisdocument bevestigd in cassatie
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het bezit van een reisdocument waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het vervalst was. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en legde een gevangenisstraf van twee maanden op, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief onttrekking aan het verkeer van het document.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de afwijzing van een verzoek tot nader onderzoek door het hof, dat dit verzoek als een vordering opvatte en afwees omdat de noodzaak niet was aangetoond. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf had toegepast en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was, mede omdat het verzoek niet nader was gemotiveerd.
De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging. De Hoge Raad verwierp daarom het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor bezit van een vermoedelijk vervalst reisdocument blijft in stand.