ECLI:NL:HR:2005:AT3988
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid correctie privé-gebruik auto omzetbelasting
Belanghebbende exploiteert een optiekzaak en gebruikte in 2001 een personenauto die tot het bedrijfsvermogen behoorde ook voor privédoeleinden. Over het privégebruik werd een correctie omzetbelasting toegepast. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en verzocht om teruggaaf van een deel van de betaalde omzetbelasting, wat werd afgewezen door de inspecteur en het Hof.
Het geschil betrof de vraag of de verhoging van de correctie vanwege wijzigingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 in strijd was met artikel 17, lid 6, van de Zesde richtlijn. Het Hof verwierp dit en de Hoge Raad bevestigde deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat de wijzigingen in de Wet IB 2001 geen uitbreiding van de uitsluiting van aftrek van omzetbelasting voor privégebruik betekenden, maar slechts een wijziging van de normering van het privégebruik.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat de correctie in overeenstemming is met de Zesde richtlijn. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest bevestigt de rechtmatigheid van de omzetbelastingcorrectie voor privégebruik van een zakelijke auto.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de correctie privé-gebruik omzetbelasting.