ECLI:NL:HR:2010:BH6453
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over aftrekbeperking omzetbelasting privégebruik personenauto's en standstillbepaling Zesde richtlijn
Belanghebbende, een belastingadviseur met een eenmanszaak, gebruikte in 2006 twee personenauto's zowel zakelijk als privé. Over het laatste kwartaal van 2006 betaalde hij omzetbelasting over het privégebruik van de auto's, waartegen hij bezwaar maakte. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betreft de vraag of de wijzigingen in de aftrekbeperkende regeling voor omzetbelasting op privégebruik van personenauto's in strijd zijn met de standstillbepaling van artikel 17, lid 6, tweede alinea, van de Zesde richtlijn. De regeling beperkt de aftrek van btw door een forfaitaire bijtelling gebaseerd op privégebruik, waarbij de percentages en voorwaarden sinds 1979 meerdere malen zijn aangepast.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel de hoofdgedachte en systematiek van de regeling ongewijzigd zijn gebleven, recente jurisprudentie van het Hof van Justitie twijfel oproept over de rechtmatigheid van de wijzigingen die de aftrekbeperking hebben uitgebreid. Daarom legt de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van de standstillbepaling en de gevolgen voor de nationale regeling. Het geding wordt geschorst in afwachting van het arrest van het Hof.
Uitkomst: Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van de standstillbepaling in de Zesde richtlijn en schorst het geding.