ECLI:NL:HR:2005:AT4468
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Cassatie over berekening overschotheffing Meststoffenwet en pachtovereenkomsten
Belanghebbende kreeg voor 1988 een naheffingsaanslag overschotheffing op grond van de Meststoffenwet opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat ook percelen die hij via mondelinge, niet-goedgekeurde pachtovereenkomsten had gepacht, mee moesten tellen bij de berekening van de overschotheffing.
De Hoge Raad oordeelt dat onder de tot het bedrijf behorende landbouwgrond alleen die grond valt die volgens artikel 1 van Pro de Meststoffenwet wordt aangewezen, namelijk grond die via een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst tot het bedrijf behoort. De stelling van belanghebbende dat de goedkeuring door de grondkamer niet vereist is, wordt verworpen.
Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard. De Hoge Raad bevestigt hiermee dat de door belanghebbende gepachte grond zonder grondkamergoedkeuring niet als bedrijfslocatie in de overschotheffing mag worden betrokken. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.