Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart de beroepen in de zaken met nummers HAA 20/259 en HAA 20/262 tot en met HAA 20/268 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, voor zover die betrekking hebben op het jaar 2006 en op de voor de jaren 2009 tot en met 2015 opgelegde vergrijpboeten;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 2006 tot een berekend naar een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.219 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.584;
- vermindert de voor het jaar 2006 gegeven beschikking inzake heffingsrente dienovereenkomstig;
- vermindert de voor de jaren 2009 tot en met 2015 opgelegde vergrijpboeten naar de bedragen die hiervoor in onderdeel 32 zijn vermeld;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde (delen van de) uitspraken op bezwaar;
- draagt [de inspecteur] op het betaalde griffierecht van € 47 aan [belanghebbende] te vergoeden; en
- verklaart de beroepen in de zaken met nummers HAA 20/260 en HAA 20/261 ongegrond.”
2.Feiten
3.Geschil voor het Hof
4.Oordeel van de rechtbank
Belastingheffing over het inkomen uit sparen en beleggen
- [Belanghebbende] heeft over meerdere jaren bewust de keuze gemaakt om een onjuiste aangifte te doen (stelselmatig gedrag).
- Het moest [belanghebbende] duidelijk zijn dat het buitenlandse tegoed moest worden aangegeven.
- [Belanghebbende] had zich hiervan bewust moeten zijn.
- [Belanghebbende] heeft niet gebruikgemaakt van de inkeerregeling.
- [Belanghebbende] heeft gebruikgemaakt van een rekening in een jurisdictie dat een bankgeheim kende.
- Er is in de media veel aandacht geweest voor het optreden van de Belastingdienst op het gebied van buitenlands vermogen en de inkeerregeling.
5.5. Beoordeling van het geschil
ongeacht de gronden waarop het steunt(cursivering Hof), hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen zoals die met betrekking tot proceskosten en griffierecht (zie Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844, r.o. 2.3.2). In het onderhavige geval is niet aan dat criterium voldaan, zodat het hoger beroep met betrekking tot het jaar 2006 ontvankelijk moet worden geacht, de door belanghebbende aangevoerde gronden moeten worden onderzocht en moet worden beoordeeld of het rechtsmiddel wel of niet gegrond is.
voetnoot 4: vgl. HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:831.] De rechter moet bij zijn onderzoek of de heffing een individuele en buitensporige last vormt, alle relevante feiten en omstandigheden in zijn oordeel betrekken. In een geval als dit, waarbij de vraag voorligt of de heffing van IB/PVV leidt tot een individuele en buitensporige last indien de heffing over het inkomen uit sparen en beleggen hoger is dan het werkelijke rendement, moet ook in aanmerking worden genomen of en in hoeverre een belastingplichtige een zodanig laag inkomen heeft dat hij op zijn vermogen moet interen om de belasting te voldoen. In het algemeen kan immers worden aangenomen dat de wetgever met een belasting naar inkomen geen heffing beoogt waardoor de belastingplichtige op zijn vermogen moet interen om de verschuldigde belasting te kunnen voldoen. Daarom kan de omstandigheid dat de belastingplichtige door de heffing inteert zoals hier bedoeld, een aanwijzing zijn dat hij door die heffing wordt geconfronteerd met een buitensporige last.”
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.