ECLI:NL:GHAMS:2011:BV8926
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- A.D.R.M. Boumans
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over legesheffing splitsingsvergunningen en schadevergoeding wegens redelijke termijn overschrijding
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de heffing van leges voor het aanvragen van splitsingsvergunningen door de gemeente Amsterdam terecht is. Belanghebbende had vergunningen aangevraagd voor het splitsen van twee woningcomplexen met het oog op verkoop, in het kader van een convenant dat streeft naar 35% koopwoningen in 2010. De rechtbank had de legesheffing vernietigd omdat zij oordeelde dat de werkzaamheden van de gemeente een publiek belang dienden en geen individualiseerbaar belang.
Het Gerechtshof Amsterdam herroept dit oordeel. Het hof stelt dat hoewel het convenant een collectief streven bevat, de aanvragen van belanghebbende wel degelijk een individualiseerbaar belang dienen, namelijk het verkrijgen van splitsingsvergunningen om appartementsrechten te kunnen verkopen. Dit belang is overheersend, waardoor de legesheffing gerechtvaardigd is. Tevens oordeelt het hof dat de brief van 3 oktober 2005 als aanvraag moet worden beschouwd, zodat het tarief van 2005 terecht is toegepast.
Daarnaast wordt belanghebbende een schadevergoeding van €3.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase en eerste aanleg, aangezien de procedure ruim drie jaar langer duurde dan redelijk was zonder dat er verzachtende omstandigheden waren. Het hof veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van deze schadevergoeding, de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door drie leden van de belastingkamer van het hof op 22 december 2011.
Uitkomst: Leges voor splitsingsvergunningen zijn terecht geheven, maar belanghebbende krijgt schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.