ECLI:NL:HR:2005:AT5154
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door frustratie bodembeslag door huurovereenkomst
De Ontvanger van de Belastingdienst vorderde schadevergoeding van [verweerder], omdat deze als bestuurder van HIC de Ontvanger had bewogen het geplande bodembeslag op te schorten met de toezegging dat betaling spoedig zou volgen. Kort daarna sloot [verweerder] namens HIC een huurovereenkomst met de Rabobank, waardoor het bodembeslag werd gefrustreerd. De rechtbank kende de schadevergoeding toe, maar het hof wees de vordering af met het oordeel dat het sluiten van de huurovereenkomst geen onrechtmatige daad vormde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde door het geschil te beoordelen alsof het ging om twee schuldeisers, terwijl het hier om de verhouding tussen schuldenaar en schuldeiser ging. De Hoge Raad stelde dat de Ontvanger erop mocht vertrouwen dat [verweerder] niet zonder waarschuwing een overeenkomst zou sluiten die het beslag zou frustreren, vooral omdat de opschorting van het beslag op zijn verzoek plaatsvond.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad [verweerder] in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.