ECLI:NL:PHR:2005:AT5154
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad bestuurder door frustreren bodembeslag en verijdelen verhaal belastingvordering
De Ontvanger van de Belastingdienst Holland-Midden wilde in september 1995 executoriaal bodembeslag leggen op roerende zaken van Holland Industrial Ceramics B.V. (HIC) vanwege onbetaalde belastingen. De bestuurder van HIC, verweerder, verzocht de Ontvanger het beslag uit te stellen vanwege vergevorderde onderhandelingen over de verkoop van aandelen, wat de Ontvanger toestond. Kort daarna sloot HIC een huurovereenkomst van het bedrijfspand aan de Rabobank, waardoor het bodembeslag werd gefrustreerd. HIC werd failliet verklaard, en de Ontvanger kon zijn vordering niet verhalen.
De Ontvanger stelde dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door het initiatief te nemen tot de huurovereenkomst terwijl hij wist dat de aandelenverkoop niet zou doorgaan en hij de Ontvanger niet hierover informeerde. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof wees deze af, oordelend dat er geen misbruik van recht was en het gedrag niet onrechtmatig was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een te beperkte maatstaf hanteerde bij de beoordeling van onrechtmatigheid. De gedragingen van verweerder, waaronder het uitstellen van het beslag en het sluiten van de huurovereenkomst zonder de Ontvanger te informeren, kunnen als onrechtmatig worden gekwalificeerd. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor herbeoordeling. Tevens bespreekt de Hoge Raad de geldigheid van de dagvaarding aan het kantoor van een gedefungeerde procureur en oordeelt dat deze nietig is maar vatbaar voor herstel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor herbeoordeling van de onrechtmatigheid van het handelen van de bestuurder.