ECLI:NL:HR:2005:AT5240

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00314/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WAMArt. 67 Wegenverkeerswet 1994Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigenWet op de motorrijtuigenbelasting 1994Art. 457 Sv
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verzekeringsplicht kentekenhouder ondanks verkoop motorrijtuig

De zaak betreft een herzieningsaanvraag tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager werd veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig waarvoor hij als kentekenhouder stond ingeschreven. De aanvrager stelde dat hij het motorrijtuig op 12 juli 2002 had verkocht en sinds die datum niet meer in bezit had, en dat hij daarom niet langer verzekeringsplichtig was.

De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) de kentekenhouder verzekeringsplichtig blijft zolang het kenteken op zijn naam staat en het kentekenbewijs niet is geschorst. De enkele verkoop van het motorrijtuig beëindigt deze plicht niet. De beschikking van de Inspecteur der Belastingdienst, die de aanvrager niet langer als houder in de zin van de Wet op de motorrijtuigenbelasting (WMB) aanmerkt, leidt niet tot een ander oordeel omdat het houderschap in de WMB niet altijd samenvalt met het kentekenhouderschap in de WAM.

De aanvrager heeft niet aannemelijk gemaakt waarom hij op het moment van het bewezenverklaarde feit niet als kentekenhouder kon worden aangemerkt. De Hoge Raad concludeert dat de herzieningsaanvraag ongegrond is en wijst deze af.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de herzieningsaanvraag af en bevestigt de verzekeringsplicht van de kentekenhouder ondanks verkoop van het motorrijtuig.

Uitspraak

10 mei 2005
Strafkamer
nr. 00314/05 H
ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 mei 2004, nummer 20/000394-04, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Gerechtshof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter te Maastricht - de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 21 augustus 2002, veroordeeld tot een geldboete van € 346,-, subsidiair zes dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de aanvrage is als omstandigheid aangevoerd dat de aanvrager het motorrijtuig met het kenteken [AA-00-AA] op 12 juli 2002 heeft verkocht en sedertdien niet meer in zijn bezit heeft en dat hem bij brief van de Inspecteur der Belastingdienst/Centraal bureau motorrijtuigenbelasting van 1 november 2004 is medegedeeld dat hij met ingang van 12 juli 2002 niet meer als houder van het motorrijtuig met het kenteken [AA-00-AA] wordt aangemerkt, zodat, naar aanvrager kennelijk bedoelt te stellen, hij met ingang van diezelfde datum voor bedoeld motorrijtuig niet verzekeringsplichtig was.
3.3. Die omstandigheid kan echter niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld. Immers, ingevolge art. 2, eerste lid, WAM is de kentekenhouder verzekeringsplichtig zolang aan hem een kenteken voor een motorrijtuig is opgegeven en de geldigheid van het kentekenbewijs niet op aanvraag van hem door de Dienst Wegverkeer is geschorst overeenkomstig art. 67, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994 (vgl. HR 27 maart 2001, NJ 2001, 380). De enkele omstandigheid dat het motorrijtuig is verkocht, doet de verzekeringsplicht dan ook niet eindigen.
3.4. Tot een ander oordeel dwingt evenmin de overgelegde beschikking van de Inspecteur der Belastindienst/Centraal bureau motorrijtuigenbelasting van 1 november 2004, inhoudende dat de aanvrager met ingang van 12 juli 2002 niet meer wordt aangemerkt als houder van het desbetreffende motorrijtuig, waarmee klaarblijkelijk slechts is beoogd tot uitdrukking te brengen dat hij niet meer wordt aangemerkt als houder in de zin van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (verder: WMB). Aangezien het houderschap in de zin van de WMB niet in alle gevallen samenvalt met het kentekenhouderschap in de zin van de WAM, is met die enkele beslissing immers niet gezegd dat hij ten tijde van het bewezenverklaarde feit tevens geen kentekenhouder in de zin van de WAM meer was en derhalve geen verzekeringsplicht meer had. Waarom hij niettemin toch niet op 21 augustus 2002 als kentekenhouder kon worden aangemerkt, heeft de aanvrager niet verder onderbouwd (vgl. HR 12 februari 2002, LJN AD9219).
3.5. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 10 mei 2005.
Mr. De Hullu is buiten staat dit arrest te ondertekenen.