ECLI:NL:HR:2005:AT5240
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verzekeringsplicht kentekenhouder ondanks verkoop motorrijtuig
De zaak betreft een herzieningsaanvraag tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager werd veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig waarvoor hij als kentekenhouder stond ingeschreven. De aanvrager stelde dat hij het motorrijtuig op 12 juli 2002 had verkocht en sinds die datum niet meer in bezit had, en dat hij daarom niet langer verzekeringsplichtig was.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) de kentekenhouder verzekeringsplichtig blijft zolang het kenteken op zijn naam staat en het kentekenbewijs niet is geschorst. De enkele verkoop van het motorrijtuig beëindigt deze plicht niet. De beschikking van de Inspecteur der Belastingdienst, die de aanvrager niet langer als houder in de zin van de Wet op de motorrijtuigenbelasting (WMB) aanmerkt, leidt niet tot een ander oordeel omdat het houderschap in de WMB niet altijd samenvalt met het kentekenhouderschap in de WAM.
De aanvrager heeft niet aannemelijk gemaakt waarom hij op het moment van het bewezenverklaarde feit niet als kentekenhouder kon worden aangemerkt. De Hoge Raad concludeert dat de herzieningsaanvraag ongegrond is en wijst deze af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de herzieningsaanvraag af en bevestigt de verzekeringsplicht van de kentekenhouder ondanks verkoop van het motorrijtuig.