ECLI:NL:HR:2005:AT5542
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling statutaire bepalingen coöperatie VTN inzake lidmaatschap en mededinging
De telers, leden van de coöperatie Verenigde Tuinbouwveiling Nederland U.A. (VTN), zegden hun lidmaatschap in 1997 met onmiddellijke ingang op, waarna VTN dit accepteerde per 31 december 1997. De telers verkochten hun producten niet langer via de coöperatie, wat leidde tot boetes van VTN. Zij stelden de nietigheid van het reglement van de commissie van beroep van VTN en beëindiging van hun lidmaatschap met onmiddellijke ingang voor de rechtbank en het hof, die hun vorderingen afwezen.
De Hoge Raad overweegt dat het verbod van art. 81 lid 1 EG Pro niet elke mededingingsbeperking betreft, maar alleen die welke onverenigbaar is met de doelstellingen van de EG. Voor landbouwcoöperaties zoals VTN geldt een uitzondering, waarbij bepalingen die de leden verplichten hun volledige productie via de coöperatie te verkopen en opzegtermijnen hanteren, zijn toegestaan mits zij noodzakelijk en evenredig zijn voor de continuïteit van de coöperatie.
Het hof oordeelde dat de statutaire bepalingen van VTN geen verboden beperking van de mededinging vormen en de doelstellingen van de gemeenschappelijke markt niet schaden maar bevorderen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Tevens worden de kosten van het cassatiegeding aan de telers opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de telers wordt verworpen en de statutaire bepalingen van VTN worden bevestigd als verenigbaar met het mededingingsrecht.