ECLI:NL:HR:2005:AT5759
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf voor moord met voorbedachte rade
De zaak betreft een moordzaak waarbij verdachte op 19 november 2001 te 's-Gravenhage twee slachtoffers met voorbedachten rade heeft gedood. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte met kalm beraad en rustig overleg gericht op de slachtoffers heeft geschoten, zonder dat sprake was van enige dreiging van hun zijde. De afspraak op een verlaten plein was volgens het hof bedoeld om de slachtoffers uit de weg te ruimen vanwege een geschil over de verdeling van opbrengsten uit een gezamenlijke oplichting.
Verdachte voerde in cassatie onder meer aan dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom hij als eerste had geschoten en dat het hof niet had aangegeven op welke bewijsmiddelen het had gebaseerd dat één slachtoffer een vooraanstaand kickbokser was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn feitelijke oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat de genoemde omstandigheden onderdeel uitmaken van de feitelijke waardering, waardoor het cassatieberoep faalt.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld en veroordeelt hem tot een levenslange gevangenisstraf. Het beroep wordt verworpen omdat geen cassatiegronden aanwezig zijn die tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor verdachte wegens moord met voorbedachten rade.