ECLI:NL:PHR:2006:AU9422
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging moord met voorbedachten rade
Op 1 juli 2003 heeft verdachte in Amstelveen het slachtoffer meermalen met een mes gestoken, met het oogmerk haar van het leven te beroven. De rechtbank en het hof hebben bewezen verklaard dat verdachte dit met voorbedachten rade heeft gedaan. Verdachte stelde in cassatie dat de bewijsvoering tegenstrijdig en onvoldoende was, met name over het tijdstip waarop het mes werd gepakt en de omstandigheden van de steekpartij.
Het hof heeft de verklaringen van verdachte en slachtoffer naast elkaar gelegd en de lezing van verdachte die afweek van het slachtoffer niet geloofd. Het hof oordeelde dat het onmogelijk was dat het mes snel en onbeschadigd uit de tas van het slachtoffer werd gehaald, zoals verdachte stelde. Getuigenverklaringen ondersteunden het verhaal van het slachtoffer dat zij werd aangevallen zonder voorafgaande ruzie. Verdachte had zich bovendien ontdaan van belangrijke voorwerpen en had zijn vrouw niet geïnformeerd over de steekpartij, wat niet strookte met zijn zelfverdedigingsverhaal.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd waarom het bewijs van voorbedachten rade was aangenomen. Het middel dat het hof feiten noemde die niet in de bewijsmiddelen stonden, faalde omdat deze feiten van ondergeschikte aard waren en de motivering niet aantastten. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf en schadevergoeding van €20.740,-- bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf wegens poging moord met voorbedachten rade.