ECLI:NL:HR:2005:AT6200
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart uitlevering van Nederlandse onderdaan aan België ontoelaatbaar wegens voorbehoud bij uitleveringsverdrag
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een Nederlandse onderdaan aan het Koninkrijk België ter tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf die in België is opgelegd. De Hoge Raad heeft in eerdere arresten het onderzoek heropend en aanvullende vragen gesteld aan de Belgische Minister van Justitie.
Na ontvangst van een definitief verstekvonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, dat de opgelegde straf bevestigt, heeft de Hoge Raad het uitleveringsverzoek nader beoordeeld. Gezien het feit dat het verzoek strekt tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf tegen een Nederlandse onderdaan, heeft Nederland een voorbehoud gemaakt bij artikel 7, eerste lid, van de Overeenkomst inzake uitlevering tussen EU-lidstaten.
Op grond van dit voorbehoud heeft de Hoge Raad geoordeeld dat uitlevering ontoelaatbaar is en heeft het verzoek afgewezen. De uitspraak is gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 24 mei 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het uitleveringsverzoek ontoelaatbaar en wijst het verzoek af.