ECLI:NL:HR:2005:AT6373

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/110HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 334 FwArt. 350 lid 3 FwArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring na tekortkoming

De rechtbank te Zwolle sprak op 15 januari 2002 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van verzoeker, met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. Op 21 augustus 2003 stelde de rechtbank het saneringsplan vast en bepaalde de looptijd van de regeling tot 15 januari 2004.

De Belastingdienst maakte bezwaar tegen voortzetting van de regeling en verlening van een schone lei. Na behandeling op 30 juni 2004 beëindigde de rechtbank bij vonnis van 12 juli 2004 de schuldsaneringsregeling wegens tekortkoming van verzoeker volgens art. 350 lid 3 Fw Pro, en stelde dat verzoeker in staat van faillissement zou verkeren bij kracht van gewijsde.

Het gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis bij arrest van 23 september 2004, maar stelde opnieuw vast dat verzoeker toerekenbaar tekort was geschoten en dat de regeling zou eindigen na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Verzoeker stelde hiertegen cassatieberoep in, dat door de Hoge Raad op 30 september 2005 werd verworpen, zonder nadere motivering, conform art. 81 RO Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring.

Uitspraak

30 september 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/110HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank te Zwolle van 15 januari 2002 is ten aanzien van thans verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
Bij beschikking van 21 augustus 2003 heeft de rechtbank ambtshalve het saneringsplan vastgesteld en de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsanering van kracht is, vastgesteld op twee jaar te rekenen vanaf 15 januari 2002 en eindigende op 15 januari 2004.
Op een daartoe strekkend verzoek van de bewindvoerder heeft de rechtbank bij beschikking van 4 mei 2004 de verificatievergadering bepaald op 17 juni 2004.
Ter verificatievergadering heeft de Belastingdienst op de voet van art. 334 Fw Pro bezwaar gemaakt tegen de voortzetting van de schuldsaneringsregeling en de verlening van een schone lei aan [verzoeker].
Nadat de rechtbank ter openbare terechtzitting van 30 juni 2004 de voortzetting van de schuldsaneringsregeling had behandeld, heeft zij bij vonnis van 12 juli 2004 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] op de gronden als bedoeld in art. 350 lid Pro 3, onder c en d, Fw beëindigd en verstaan dat [verzoeker] in staat van faillissement zal verkeren zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator in dat faillissement.
Tegen laatstvermeld vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 23 september 2004 heeft het hof het beroepen vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, vastgesteld dat [verzoeker] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en verstaan dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal eindigen na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 30 september 2005.