ECLI:NL:HR:2005:AT7203
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over autokostenfictie bij bedrijfsvoorraadauto
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 83.200. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, maar het hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot ƒ 78.728. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte bij de berekening van de autokostenfictie rekening had gehouden met afschrijvingslasten die niet bij de winstbepaling waren betrokken. Volgens de Hoge Raad behoren dergelijke fictieve afschrijvingskosten niet tot de werkelijk gemaakte kosten die in aanmerking genomen mogen worden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.