ECLI:NL:HR:1993:ZC5299
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- van der Linde
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over autokostenforfait en boekwinst bij vervanging personenauto in ondernemingsvermogen
Belanghebbende, een zelfstandig architect, ruilde medio 1987 een personenauto uit zijn ondernemingsvermogen in voor een nieuwe auto, waarbij een boekwinst van f 6.135,- werd gerealiseerd. De autokosten in de winst- en verliesrekening van 1987 bestonden uit diverse kosten, de boekwinst op de ingeruilde auto en afschrijving van de nieuwe auto, wat resulteerde in een negatief saldo van f 413,43.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een belastbaar inkomen van f 38.935,-, welke ambtshalve werd verminderd tot f 38.383,-. Het hof stelde de aanslag verder bij tot f 33.697,- en oordeelde dat op grond van goed koopmansgebruik de boekwinst bij de vervreemding van het bedrijfsmiddel in aanmerking moest worden genomen, waardoor geen bijtelling op grond van artikel 42 lid 2 Wet Pro IB 1964 hoefde plaats te vinden.
De staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad overwoog dat de boekwinst niet op de kosten in mindering gebracht mag worden bij de toepassing van het autokostenforfait, omdat een incidentele bate geen aanwijzing is dat de privégebruikskosten beperkt zijn gebleven. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en handhaafde de navorderingsaanslag zoals ambtshalve verminderd door de inspecteur.
Daarnaast bepaalde de Hoge Raad dat het griffierecht ten aanzien van de vervanging van de mondelinge uitspraak door het hof aan de staatssecretaris wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en handhaaft de navorderingsaanslag zoals ambtshalve verminderd door de inspecteur.