ECLI:NL:HR:2005:AT7633
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dienstbetrekking van tv-presentator bij omroep
Belanghebbende, een televisiepresentator, maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen over februari 2001. De Inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof dat het beroep ongegrond verklaarde. Het geschil draaide om de vraag of sprake was van een dienstbetrekking tussen belanghebbende en de omroep (B).
Het Hof stelde vast dat belanghebbende zich moest voegen naar het organisatorisch kader en redactieteam van B, met collegiale besluitvorming over programmavoorstellen. Daarnaast rustte op belanghebbende een nevenverplichting tot voorbereidende werkzaamheden, promotie en beleidsadvies, waarbij B locatie en werktijden bepaalde. De overeenkomst was voor tien jaar met vaste jaarlijkse beloning, ongeacht daadwerkelijk gebruik van diensten.
De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheden wijzen op een gezagsverhouding en het economisch risico bij B lag, wat duidt op een arbeidsovereenkomst. Het enkele feit dat partijen niet de intentie hadden een arbeidsovereenkomst te sluiten, doet hieraan niet af. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de tv-presentator in dienstbetrekking stond tot de omroep en verklaart het cassatieberoep ongegrond.