ECLI:NL:PHR:2011:BP3887
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt privaatrechtelijke dienstbetrekking deelnemers televisieprogramma ondanks overeenkomst van opdracht
Belanghebbende nam deel aan het televisieprogramma 'De Gouden Kooi' en ontving daarvoor een maandelijkse vergoeding. Partijen hadden een overeenkomst van opdracht gesloten waarin werd uitgesloten dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. De Rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat de relatie feitelijk een privaatrechtelijke dienstbetrekking was, omdat voldaan werd aan de drie criteria: persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de Hoge Raad deze kwalificatie mocht toetsen en of de Centrale Raad artikel 3, lid 1 WW correct had uitgelegd. De Hoge Raad overwoog dat de feitelijke uitvoering en inhoud van de overeenkomst doorslaggevend zijn, niet de benaming of intentie van partijen. Talpa oefende materieel en formeel gezag uit via instructies, huisregels en het Regelboek, en belanghebbende was economisch afhankelijk.
De Hoge Raad verwierp de klachten van het UWV dat geen werkgeversgezag bestond en dat het meedoen aan het programma geen productieve arbeid opleverde. De Hoge Raad benadrukte dat het deelnemen aan het programma economische waarde voor Talpa had en dat het gezagscriterium ook latent kan zijn. De conclusie was dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, zodat loonheffingen en sociale premies terecht werden ingehouden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat tussen Talpa en belanghebbende sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.