ECLI:NL:HR:2005:AT7653
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over renteaftrek bij kapitaalstorting en geldleningen
Belanghebbende kreeg voor 1998 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die zij betwistte. Het Hof Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en wees de aftrek van rente op geldleningen af op grond van artikel 10a, lid 2, letter c, Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De Hoge Raad oordeelde dat de kapitaalstorting in 1988 in H plaatsvond voordat belanghebbende het voornemen had om aandelen in J te verwerven. De leningen die in de jaren 1990-1992 werden verstrekt, hadden geen verband met deze kapitaalstorting. Hierdoor was uitsluiting van renteaftrek op grond van genoemde wetsbepaling niet gerechtvaardigd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van het Hof en de Inspecteur, en verminderde de aanslag tot een belastbaar bedrag van ƒ 6.033.278. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting wegens het ontbreken van verband tussen kapitaalstorting en geldleningen.