ECLI:NL:HR:2005:AT8250

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/033HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 1:377f BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering omgangsregeling wegens mishandeling moeder door biologische vader

De zaak betreft een verzoek van de biologische vader tot het treffen van een omgangsregeling met zijn twee minderjarige, niet-erkende kinderen uit zijn relatie met de moeder. De moeder verzette zich tegen dit verzoek. De rechtbank verklaarde de vader niet-ontvankelijk, maar het gerechtshof vernietigde deze beschikking en stelde een omgangsregeling vast waarbij de vader de kinderen om de veertien dagen op zaterdag mocht zien.

De moeder stelde beroep in cassatie in tegen deze omgangsregeling. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het beroep van de moeder en bevestigde daarmee de omgangsregeling zoals vastgesteld door het hof. De beslissing houdt rekening met de belangen van het kind en de persoonlijke betrekking tussen vader en kinderen, mede in het licht van artikel 8 EVRM Pro en artikel 1:377f BW.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de omgangsregeling tussen vader en kinderen.

Uitspraak

14 oktober 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/033HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. L. van Hoppe.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 28 december 2001 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht een omgangsregeling te treffen tussen hem en uit zijn relatie met verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - geboren twee kinderen: [kind 1] en [kind 2], respectievelijk geboren op [geboortedatum] 1996 en [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats].
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 april 2002 de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek verklaard.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij tussenbeschikking van 27 november 2002 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd, de man ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot het treffen van een omgangsregeling tussen hem en de twee kinderen, alsmede in zijn verzoek tot het vaststellen van een informatieregeling met betrekking tot deze kinderen, een informatieregeling bepaald zoals in deze beschikking is omschreven en de raad voor de kinderbescherming om rapport en advies verzocht. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde eindbeschikking van 8 december 2004 heeft het hof een omgangsregeling bepaald, inhoudende dat de man de kinderen een zaterdag in de veertien dagen van 10.00 tot 17.00 uur bij zich mag hebben en het meer of anders verzochte afgewezen.
Beide beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 4 juli 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 oktober 2005.