ECLI:NL:HR:2005:AT8800
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen opzetheling en valsheid in geschrifte bevestigd door Hoge Raad
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem dat hem veroordeelde wegens medeplegen van opzetheling en meerdere feiten van valsheid in geschrifte. Het hof had de verdachte tot tien maanden gevangenisstraf veroordeeld.
De kern van het cassatieberoep betrof de vraag of de veroordeling wegens heling terecht was, nu de bewijsmiddelen niet uitsluiten dat verdachte de geldbedragen zelf door misdrijf had verkregen. De Hoge Raad bevestigde de rechtspraak dat heling niet kan worden bewezen indien het voorwerp van heling door de verdachte zelf door een misdrijf is verkregen. In deze zaak achtte het hof echter niet aannemelijk dat verdachte zelf de misdrijfpleger was.
De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet leiden tot beantwoording van belangrijke rechtsvragen. De Hoge Raad handhaafde daarmee het hofarrest en veroordeelde verdachte tot tien maanden gevangenisstraf voor medeplegen opzetheling en valsheid in geschrifte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot tien maanden gevangenisstraf wordt gehandhaafd.