ECLI:NL:HR:2005:AT8940
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over tijdige postbezorging beroepschrift in successierechtzaak
Belanghebbenden, erfgenamen van een nalatenschap, kregen aanslagen in het recht van successie opgelegd. Na vermindering van deze aanslagen door de Inspecteur, kwamen zij in beroep bij het hof. Dit hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbenden deden verzet tegen deze beslissing, maar het hof verklaarde het verzet ongegrond.
De Hoge Raad onderzocht of het beroepschrift tijdig ter post was bezorgd, zoals vereist in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met artikel 6:9 lid Pro 2. Het hof had geoordeeld dat belanghebbenden dit niet aannemelijk hadden gemaakt, maar had daarbij een bewijsoordeel geveld zonder de Inspecteur te betrekken, wat volgens de Hoge Raad niet correct was.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het hof, verklaarde het verzet gegrond en bepaalde dat het hof het onderzoek moet voortzetten. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbenden. De Hoge Raad gaf hiermee een belangrijke aanwijzing over de bewijsvoering rond tijdige postbezorging in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzet gegrond, vernietigt de hofuitspraak en gelast voortzetting van het onderzoek.