ECLI:NL:HR:2005:AU1649
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid appèldagvaarding bij vertrek verdachte naar onbekend land
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor het rijden zonder verplichte motorrijtuigverzekering. In hoger beroep verscheen de verdachte niet, waarna verstek werd verleend. De dagvaarding in hoger beroep werd uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Uit het GBA-overzicht bleek dat de verdachte op 19 juni 2003 was vertrokken naar 'land onbekend'.
De verdachte stelde in cassatie dat de dagvaarding nietig was omdat niet was nagevraagd bij de gemeente of de verdachte bij vertrek adresgegevens in het buitenland had opgegeven. De Hoge Raad verwees naar een eerdere uitspraak (NJ 2002, 317) waarin werd bepaald dat navraag bij de gemeente verplicht is indien bekend is naar welk land de verdachte is vertrokken. In dit geval was dat niet zo; de vertrekbestemming was onbekend.
De Hoge Raad concludeerde dat bij vertrek naar 'land onbekend' mag worden aangenomen dat geen adresgegevens in het buitenland zijn opgegeven, waardoor navraag bij de gemeente zinloos is. Het middel van de verdachte faalde en het beroep werd verworpen. De bestreden uitspraak bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de dagvaarding in hoger beroep is geldig ondanks vertrek verdachte naar 'land onbekend'.