ECLI:NL:HR:2005:AU2716
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake bekendmaking Tijdelijke regeling vervoersbeperkingen mond- en klauwzeer
De verdachte werd door het Hof in hoger beroep veroordeeld wegens overtreding van een voorschrift krachtens artikel 17 van Pro de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren. Het cassatieberoep richtte zich tegen de verwerping van het verweer dat de Tijdelijke regeling landelijke vervoersbeperkingen mond- en klauwzeer 2001 II ten tijde van het feit nog niet van kracht zou zijn geweest, omdat deze slechts aan de media was bekendgemaakt en niet op de juiste wijze in de Staatscourant.
De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de Advocaat-Generaal en eerdere jurisprudentie (HR LJN AD5579) en oordeelt dat de regeling op 30 maart 2001 tijdig en op behoorlijke wijze bekend is gemaakt conform artikel 31 van Pro de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren. Tevens was er al een algemeen verbod op het niet emissie-arm aanwenden van mest van kracht sinds 24 maart 2001, gepubliceerd in de Staatscourant.
Daarmee is het verweer van de verdachte ongegrond en is het cassatieberoep verworpen. De bestreden uitspraak van het Hof blijft in stand, waarbij de verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 1.200,- subsidiair 24 dagen hechtenis.
De Hoge Raad acht geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging en bevestigt de rechtmatigheid van de veroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 8 november 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van € 1.200,- subsidiair 24 dagen hechtenis blijft in stand.