ECLI:NL:PHR:2005:AU2716
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid bekendmaking Tijdelijke regeling vervoersbeperkingen mond- en klauwzeer 2001 II
In deze zaak is verdachte door het Hof veroordeeld wegens het niet emissie-arm aanwenden van rundveemest op grasland in strijd met de Tijdelijke regeling landelijke vervoersbeperkingen mond- en klauwzeer 2001 II. Verdachte stelde in cassatie dat deze regeling ten tijde van het feit nog niet van kracht was omdat zij slechts aan de media was bekendgemaakt en niet op de wettelijk vereiste wijze.
De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de A-G en eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat op grond van artikel 31 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren een afwijkende wijze van bekendmaking is toegestaan indien dit noodzakelijk is voor de bestrijding van besmettelijke dierziekten. De regeling was op 30 maart 2001 aan de media bekendgemaakt en trad onmiddellijk daarna in werking, wat volgens de Hoge Raad een behoorlijke wijze van bekendmaking is.
Daarnaast was er reeds een algemeen verbod op het niet emissie-arm aanwenden van mest van kracht sinds 24 maart 2001, gepubliceerd in de Staatscourant, waardoor het verbod hoe dan ook tijdig en rechtsgeldig bekend was gemaakt. Het cassatiemiddel wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.
De Hoge Raad bevestigt hiermee dat het legaliteitsbeginsel niet is geschonden en dat de minister bevoegd was om de regeling op deze wijze bekend te maken en in werking te laten treden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Tijdelijke regeling vervoersbeperkingen mond- en klauwzeer 2001 II tijdig en rechtsgeldig is bekendgemaakt en verwerpt het cassatiemiddel.