ECLI:NL:HR:2005:AU2799
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Weigering energiepremie wegens niet-tijdig ingediend verzoek niet verschoonbaar
Belanghebbende heeft HR++ glas laten aanbrengen in woningen, waarvan de laatste termijn van de aanneemsom op 22 februari 2002 is betaald. Daarna zijn nog herstelwerkzaamheden verricht die niet gefactureerd zijn. Op 20 juni 2002 heeft belanghebbende een verzoek ingediend voor toekenning van een energiepremie, dat op 21 juni 2002 werd ontvangen.
Het energiebedrijf heeft dit verzoek afgewezen wegens te late indiening, een beslissing die door de Inspecteur en het Hof is bevestigd. Het Hof oordeelde dat de voorziening op 22 februari 2002 was aangeschaft en dat het verzoek uiterlijk dertien weken na die datum had moeten worden gedaan.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie kunnen worden getoetst. Het middel dat het Hof een te stringente interpretatie zou hebben gegeven, faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard vanwege niet-tijdige indiening van het verzoek om energiepremie.