ECLI:NL:HR:2005:AU2871
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beperking geldigheidsduur machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis tot twee jaar
De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende op 31 mei 2005 een machtiging met een geldigheidsduur van vijf jaar, gebaseerd op de medische situatie van betrokkene die al ruim tien jaar zonder onderbreking in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef en waarbij geen verandering in de situatie werd verwacht.
De officier van justitie stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de vijfjaarstermijn uit art. 17 lid 4 Wet Pro Bopz analoog had toegepast op een machtiging tot voortgezet verblijf, terwijl volgens art. 19 Wet Pro Bopz de maximale geldigheidsduur twee jaar bedraagt.
De Hoge Raad overwoog dat een analoge toepassing van art. 17 lid 4 niet Pro verenigbaar is met het gesloten stelsel van de Wet Bopz, de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank en verleende zelf een machtiging tot voortgezet verblijf met een geldigheidsduur van twee jaar, ingaande vanaf de datum van de oorspronkelijke beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en beperkt de machtiging tot voortgezet verblijf tot de wettelijk toegestane termijn van twee jaar.