ECLI:NL:PHR:2006:AX6277
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toepassing artikel 359a Sv bij onrechtmatige aanhouding en insluitingsfouillering
Verdachte werd tijdens een algemene verkeerscontrole aangehouden omdat hij gesignaleerd stond voor uitlevering aan Spanje. Op het politiebureau werd hij onderworpen aan een insluitingsfouillering, waarbij hij zelf meldde dat er een pistool in zijn tas zat. Dit leidde tot verdenking van overtreding van de Wet wapens en munitie (WWM). Later bleek dat verdachte ten onrechte was aangehouden omdat hij niet degene was die gesignaleerd stond.
Het hof verwierp het beroep op artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), dat ziet op vormverzuimen tijdens het voorbereidend onderzoek, omdat de onrechtmatige aanhouding buiten het verband van het voorbereidend onderzoek van het ten laste gelegde feit viel. De verdenking ontstond immers door de spontane mededeling van verdachte zelf en niet door de onrechtmatige aanhouding.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd gesteld dat vormverzuimen buiten het voorbereidend onderzoek niet onder artikel 359a Sv vallen. Ook het feit dat verdachte na aanhouding in verzekering is gesteld en dat de dagen in verzekering in mindering worden gebracht op de straf, leidde niet tot een andere uitkomst. Het beroep op strafverlaging werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het beroep op artikel 359a Sv faalt omdat de onrechtmatige aanhouding buiten het voorbereidend onderzoek viel, waardoor de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf gehandhaafd blijft.