ECLI:NL:PHR:2005:AU3713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige zorgplicht van bank jegens beleggers bij ontbreken vergunning vermogensbeheerder
In deze zaak staat centraal of Fortis Bank onrechtmatig heeft gehandeld jegens beleggers die geld hebben gestort op een betaalrekening van Safe Haven, een bedrijf dat zonder vereiste vergunning vermogensbeheeractiviteiten verrichtte. De Stichting Volendam, opgericht door gedupeerde beleggers, stelde de bank aansprakelijk wegens het niet naleven van een bijzondere zorgplicht en het niet waarschuwen van beleggers.
De bank had de rekening geopend na standaardprocedures, maar was vanaf medio 1996 bekend of had bekend moeten zijn met de illegale beleggingsactiviteiten van Safe Haven. Het hof oordeelde dat de bank een bijzondere zorgplicht had en dat zij onrechtmatig had gehandeld door niet zelfstandig onderzoek te doen naar de vergunningplicht en door de rekening niet eerder te sluiten. De bank had de beleggers daardoor blootgesteld aan risico's die de Wet toezicht effectenverkeer beoogt te voorkomen.
De Hoge Raad bevestigt dat de maatschappelijke functie van banken een bijzondere zorgplicht inhoudt, ook jegens derden zoals beleggers. De bank mocht niet stilzitten toen zij bekend werd met mogelijke illegale activiteiten en had de beleggers moeten waarschuwen of andere beschermende maatregelen moeten treffen. De collectieve actie van de Stichting Volendam werd ontvankelijk verklaard omdat de belangen van de beleggers voldoende gelijksoortig zijn. De uitspraak benadrukt de reikwijdte van de zorgplicht van banken in het kader van vergunningplichtige beleggingsactiviteiten en de bescherming van beleggers.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de bank onrechtmatig heeft gehandeld door niet te onderzoeken of Safe Haven een vergunning had en daardoor de belangen van beleggers onvoldoende heeft beschermd.