ECLI:NL:HR:2005:AU4093
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Aanwijzing ander gerecht voor vervolging rechterlijk ambtenaar ter voorkoming schijn van bevoordeling
In deze zaak verzocht de Hoofdofficier van Justitie om een ander gerecht aan te wijzen voor de vervolging van een rechterlijk ambtenaar die verdacht wordt van een strafbaar feit, namelijk het misdrijf van art. 240b Sr. De Hoge Raad benadrukt dat art. 510 Sv Pro beoogt te waarborgen dat een rechterlijk ambtenaar in eerste of tweede aanleg wordt vervolgd door een instantie die de schijn van bevoordeling of benadeling voorkomt.
Het openbaar ministerie is verplicht een verzoek tot aanwijzing van een ander gerecht in te dienen zodra het een rechterlijk ambtenaar als verdachte aanmerkt, zodat de verdere behandeling door een ander gerecht kan plaatsvinden. Dit voorkomt belangenverstrengeling en waarborgt de integriteit van het strafproces.
De Hoge Raad wijst in deze beschikking de Rechtbank te 's-Gravenhage aan als het gerecht dat de vervolging en berechting zal verzorgen, indien het openbaar ministerie dit nodig acht. Deze beslissing sluit aan bij eerdere jurisprudentie en benadrukt het belang van het voorkomen van schijn van bevoordeling bij vervolging van rechterlijke ambtenaren.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de Rechtbank te 's-Gravenhage aan voor vervolging en berechting van de rechterlijk ambtenaar om schijn van bevoordeling te voorkomen.