ECLI:NL:HR:2005:AU6018
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 12a Wet op de loonbelasting bij werkzaamheden voor meerdere concernvennootschappen
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een boete opgelegd over de periode 1998-2001. Het hof verklaarde het beroep gegrond, handhaafde de naheffingsaanslag maar verlaagde de boete. De Hoge Raad stelt vast dat artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964 voorschrijft dat het loon van een werknemer met een aanmerkelijk belang per dienstbetrekking wordt vastgesteld, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat een lager loon gebruikelijk is.
De Hoge Raad benadrukt dat in concernsituaties, waarbij een werknemer werkzaamheden verricht voor meerdere vennootschappen binnen een concern, de regeling per dienstbetrekking moet worden toegepast, maar dat het loon voor werkzaamheden voor andere concernvennootschappen moet worden betrokken bij de beoordeling. Het hof had dit niet juist toegepast of onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van deze rechtsopvatting. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste rechtsopvatting over de toepassing van artikel 12a Wet op de loonbelasting.