ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4642
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- M.J. Leijdekker
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over fiscale woonplaats en aftrek rentekosten eigen woning
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een holding en betrokken bij meerdere vennootschappen, voerde in zijn aangiften inkomstenbelasting 2004 en 2005 rentekosten aftrekbaar op zijn buitenlandse woning (de D woning) op als eigen woning. De inspecteur betwistte dit en stelde dat belanghebbende in Nederland woonde, waar ook zijn centrale levensplaats lag.
Na een uitgebreid woonplaatsonderzoek en analyse van bankafschriften, verblijfplaatsen, verzekeringen, en persoonlijke omstandigheden concludeerde het Hof dat belanghebbende hoofdzakelijk in Nederland verbleef en dat de D woning niet als hoofdverblijf kon worden aangemerkt. Belanghebbende had onvoldoende feiten gesteld om het tegendeel te bewijzen.
De inspecteur legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens onjuiste aangifte en vermeende kwade trouw. Het Hof oordeelde dat belanghebbende wel degelijk te kwader trouw was omdat hij bewust onjuiste informatie gaf door in de aangifte te stellen dat de D woning zijn hoofdverblijf was, terwijl hij wist dat dit niet het geval was.
Verder werd het gebruikelijk loon van belanghebbende verhoogd op grond van de Wet LB, omdat hij arbeid verrichtte voor B BV. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, bevestigde de navorderingsaanslagen en boetes en wees de kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen en boetes wegens kwade trouw.