ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1476
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging vergrijpboeten bij afdrachtvermindering lage lonen en maandelijks vakantiegeld
Belanghebbende, een detailhandel in textielgoederen, betaalde vakantiegeld aan parttime werknemers maandelijks uit en verrekende dit niet in het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen en vergrijpboeten op wegens onjuiste toepassing hiervan over de jaren 2001-2003.
De rechtbank vernietigde de boetebeschikkingen, omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar was. De inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de tekst van artikel 1 lid 1 onderdeel Pro c WVA op verschillende manieren kan worden uitgelegd en dat de wetsgeschiedenis geen duidelijkheid biedt over betaling in termijnen van een eenmalige beloning.
Het Hof stelde dat de handelwijze van belanghebbende objectief gezien redelijkerwijs verdedigbaar was tot het arrest van de Hoge Raad van 18 januari 2008, waarin werd beslist dat maandelijks uitbetaald vakantiegeld wel tot het loon behoort. Daarom waren de vergrijpboeten ten onrechte opgelegd. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de vernietiging van de vergrijpboeten wegens pleitbaarheid van het standpunt van belanghebbende.