ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ2716
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J.P.F. Slijpen
- B. Emmerig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten beursgang Nederlandse tussenholding en ontvankelijkheid bezwaar en beroep
Belanghebbende, een Nederlandse tussenholding opgericht in 1997, voerde een herstructurering door waarbij bestaande en nieuwe aandelen via een beursgang op de effectenbeurs van Spanje werden geplaatst. Het geschil betrof de aftrekbaarheid van de kosten die hiermee samenhingen, waaronder oprichtingskosten, kapitaalsbelasting en betalingen aan banken.
De inspecteur stelde primair dat slechts de kapitaalsbelasting aftrekbaar was en dat de overige kosten als mutaties in de kapitaalsfeer moesten worden beschouwd. Het Hof verwierp deze netto-benadering en kwalificeerde de betalingen aan banken als aftrekbare kosten, gelet op de aard van de verrichte diensten en de overeenkomst tussen belanghebbende en de banken.
Verder oordeelde het Hof dat de kosten pro rata toegerekend moeten worden aan het aantal nieuwe aandelen ten opzichte van het totaal aantal naar de beurs gebrachte aandelen, omdat de kosten zowel betrekking hadden op het naar de beurs brengen van bestaande als nieuwe aandelen. De inspecteur had ten onrechte de bewijslast omgekeerd wegens vermeend niet-nakomen van informatieplicht en administratieplicht.
Ten aanzien van de deelnemingskosten stelde het Hof vast dat slechts een beperkt deel van de kosten als deelnemingskosten kon worden aangemerkt en dat de beperking van aftrekbaarheid van deze kosten niet in strijd was met het EG-recht. Het Hof wees ook de vordering tot vergoeding van kosten van de bezwaarfase toe en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten. De bestreden uitspraken van de inspecteur werden deels vernietigd en aangepast.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en wijst de aftrek van kosten toe pro rata aan het aantal nieuwe aandelen, vernietigt de bestreden uitspraken en veroordeelt de Staat tot vergoeding van kosten.