ECLI:NL:HR:2006:AS4122
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor diensten door lijkbezorgers bij organisatie en leiding uitvaartplechtigheid
Belanghebbende, een ondernemer die uitvaartplechtigheden organiseert en leidt, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1998. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Hof, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil was of de door belanghebbende verrichte diensten onder de vrijstelling voor diensten door lijkbezorgers vallen zoals bedoeld in artikel 11, lid 1, letter h, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en artikel 28, lid 3, letter b, van de Zesde richtlijn. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende niet als lijkbezorger kon worden aangemerkt omdat zij zich slechts bezighield met het organiseren en leiden van de uitvaartplechtigheid.
De Hoge Raad stelde echter dat de vrijstelling niet afhangt van de hoedanigheid van de dienstverrichter, maar van het karakter van de dienst. Diensten die kenmerkend en essentieel zijn voor lijkbezorgers vallen onder de vrijstelling. Omdat het organiseren en leiden van de uitvaartplechtigheid daartoe behoort, werd het beroep gegrond verklaard, het vonnis van het Hof en de naheffingsaanslag vernietigd en de aanslag verminderd tot ƒ 101,- (€ 45,83).
Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan belanghebbende. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de reikwijdte van de vrijstelling voor diensten door lijkbezorgers in de omzetbelasting.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd en de vrijstelling voor diensten door lijkbezorgers wordt bevestigd voor het organiseren en leiden van uitvaartplechtigheden.