ECLI:NL:GHDHA:2024:2086
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing teruggaaf omzetbelasting kantoorruimte in nieuwbouwwoning wegens te laat verzoek
Belanghebbende, een stille maatschap opgericht door [A] en [B], vroeg teruggaaf van omzetbelasting aan over de periode van 10 tot en met 31 december 2019, gerelateerd aan de verhuur van een kantoorruimte in hun nieuwbouwwoning. De Inspecteur wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De Rechtbank bevestigde deze afwijzing.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de kosten van de woning en de verhuur van de kantoorruimte, en dat zij kon opteren voor belaste verhuur. De Inspecteur stelde dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens te laat ingediend verzoek om uitnodiging tot aangifte.
Het Hof oordeelde dat het verzoek om uitnodiging tot aangifte niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden na afloop van het kalenderjaar was gedaan, waardoor het verzoek om teruggaaf alleen ambtshalve kon worden verleend. Omdat tegen een afwijzing van een ambtshalve verzoek geen bezwaar mogelijk is, had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Het Hof verklaarde het principaal hoger beroep ongegrond en het incidenteel hoger beroep gegrond, en bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de afwijzing van het verzoek om teruggaaf omzetbelasting wegens te laat ingediend verzoek om uitnodiging tot aangifte.