ECLI:NL:HR:2006:AU0846
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over landinrichtingsrente en rechtsbescherming bij LGR
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag landinrichtingsrente opgelegd, die na bezwaar en beroep door het Hof werd bevestigd. In cassatie betoogde belanghebbende dat de Landelijke Geldelijke Regeling (LGR) niet rechtsgeldig was gesloten omdat de rechtbank niet voorafgaand aan sluiting de schuldplichtigheid van eigenaren had vastgesteld. Het Hof verwierp dit standpunt, stellende dat voldoende is dat de bedragen na sluiting objectief bepaalbaar zijn.
Daarnaast stelde belanghebbende subsidiair dat aanslag niet hoger mag zijn dan het bedrag uit het bezwaarresultaat. Het Hof verwierp ook dit. De Hoge Raad oordeelde dat correcties van de kostenberekening na terinzagelegging alleen zijn toegestaan indien zij voortvloeien uit behandeling van bezwaren, en dat het Hof niet heeft onderzocht of de toegepaste correctiefactor aan deze maatstaven voldoet.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling met inachtneming van deze criteria. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat in proceskosten en wijst griffierecht toe aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nadere beoordeling van correctiefactor en schuldplichtigheid.