ECLI:NL:HR:2006:AU2301
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing 35%-regeling bij buitenlandse aanwerving en bewijsregel
Belanghebbende, een Braziliaanse voetballer, werd in 1998 door een Nederlandse club (D) in dienst genomen. Hij had daarvoor deelgenomen aan een jeugdplan en verbleef tijdelijk in Nederland op toeristenvisa. De Inspecteur wees een verzoek af om toepassing van de 35%-regeling en de bewijsregel, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en kende de bewijsregel toe voor de periode 2002-2008.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende in 1998 uit een ander land was aangeworven, ondanks zijn eerdere tijdelijke verblijven in Nederland, en dat het hof dit terecht had vastgesteld. Wel vernietigde de Hoge Raad het oordeel over de looptijd van de bewijsregel en verwees de zaak terug naar het hof voor nadere beoordeling.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding. De beslissing omtrent griffierecht en proceskosten bleef in stand. Hiermee is de rechtspositie van belanghebbende versterkt, maar de exacte duur van de bewijsregel moet nog worden vastgesteld.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest over de looptijd van de bewijsregel en verwijst de zaak terug naar het hof.