ECLI:NL:HR:2006:AU4756
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid late vaststelling buitenlandse onzuivere inkomensbeschikking
Belanghebbende had voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen zonder afzonderlijke melding van het negatieve buitenlandse inkomen. De Inspecteur stelde bij beschikking van 15 maart 2002 het naar 1999 over te brengen negatieve buitenlandse onzuivere inkomen vast, waaronder een bedrag uit 1998.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat werd afgewezen. Vervolgens verklaarde het Hof het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 3a van het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989 niet inhoudt dat een te late vaststelling van de beschikking de geldigheid aantast. De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende, waaronder het betoog dat het Hof nader onderzoek had moeten doen naar de juiste vaststelling van het bedrag en de betrokkenheid van de ambtenaar bij de beschikking.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee is bevestigd dat een late vaststelling van het negatieve buitenlandse inkomen binnen de wettelijke kaders kan plaatsvinden zonder de geldigheid van de beschikking te schaden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de geldigheid van de te late vaststelling van de beschikking.