Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser], te [woonplaats], eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Inkomen uit werk en woning (box 1)
-265.5€ -
25.942
a) Dient een inhaalbeschikking gelijktijdig met het opleggen van de aanslag te worden afgegeven?
‘als het jaar waarin een lager naar een volgend jaar over te brengen bedrag aan negatief buitenlands inkomen uit werk en woning bij voor bezwaar vatbare beschikking had moeten worden vastgesteld’is 2016, en niet, zoals eiser meent, 2010. In 2016 is het resultaat van [bedrijfsnaam 2] voor het eerst positief en kan bij gevolg sprake zijn van ‘inhaal’ van de buitenlandse verliezen, waardoor het gereserveerde bedrag aan negatief buitenlands box I-inkomen afneemt. De bevoegdheid om de aanslag over 2016 vast te stellen liep op grond van artikel 11, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) af op 31 december 2019 (afgezien van verzocht en verleend uitstel). Twee jaar na 31 december 2019 is 31 december 2021. De inhaalbeschikking 2015 heeft dagtekening 9 oktober 2019 en is naar het oordeel van de rechtbank dus tijdig afgegeven. Hetzelfde geldt voor de inhaalbeschikkingen 2016 (dagtekening 23 april 2020) en 2017 (dagtekening 4 september 2020). Ook die zijn tijdig afgegeven.