ECLI:NL:PHR:2006:AU4756
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van inhaalbeschikking bij buitenlands onzuiver inkomen in belastingrecht
Belanghebbende, een ondernemer en directeur-grootaandeelhouder, diende verbeterde belastingaangiften in waarin hij onder meer negatief buitenlands onzuiver inkomen vermeldde. De inspecteur stelde een inhaalbeschikking vast voor het naar een volgend jaar over te brengen negatief buitenlands onzuiver inkomen, die op een afzonderlijk biljet kort na de aanslag werd toegezonden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar het hof verklaarde het beroep ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of de beschikking die niet gelijktijdig met de aanslag was vastgesteld, maar kort daarna op een afzonderlijk biljet was toegezonden, rechtsgeldig was. Het hof oordeelde bevestigend en stelde dat de inspecteur niet verplicht is de beschikking exact gelijktijdig met de aanslag te geven, mits binnen dezelfde termijn. Tevens was in geschil of de beschikking van een eerder jaar in de procedure aan de orde kon komen, wat het hof ontkende.
De Hoge Raad bevestigde dat de wettelijke regeling niet vereist dat de beschikking op hetzelfde moment als de aanslag wordt vastgesteld, maar binnen dezelfde termijn. Ook als de beschikking te laat wordt vastgesteld, kan de inhaalregeling toepassing vinden mits binnen de wettelijke termijnen. Daarnaast is het bezwaar beperkt tot het bedrag dat niet eerder bij beschikking is vastgesteld. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtsgeldigheid van de inhaalbeschikking.