ECLI:NL:HR:2006:AU6742
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste afwijzing getuigenverzoek en verwijst zaak terug
In deze strafzaak heeft de verdediging verzocht om het horen van getuigen, met name de verbalisanten Brand en Berg, die betrokken waren bij de tenlastelegging. Het hof wees dit verzoek eerst af op grond van het verdedigingscriterium en later op het noodzaakcriterium, waarbij het verzoek werd opgevat als een verzoek op grond van art. 331 jo Pro. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onterecht deze maatstaf hanteerde, omdat het verzoek feitelijk viel onder art. 287 lid 3 sub a Sv Pro, waarop andere gronden van afwijzing van toepassing zijn. De afwijzing van het getuigenverzoek was daardoor onjuist en onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking had op de tenlasteleggingen onder 5 en 6 en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onjuiste afwijzing van het getuigenverzoek en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.